Er wordt mij regelmatig gevraagd hoe ik over talentontwikkeling denk. Hieronder doe ik een poging om mijn gedachten daarover op een rij te zetten.
Laat ik beginnen dat ik geen voorstander van de term ’talent’ ben. Gewoon omdat ik zelf niet kan definiëren wat een talent is en ook van anderen nog nooit een dekkende lading van de term heb gelezen. Maar ja, soms moet je termen gebruiken om voor iedereen wel duidelijk te hebben waarover het gaat. Laat ik eens een poging wagen om te omschrijven hoe ik tegen ’talentontwikkeling’ aankijk.
Om te bepalen hoe je talentontwikkeling aanpakt, zijn 2 vragen van belang:
- Wat is talent?
- Wat is ontwikkeling?
Laten we met de 1e vraag beginnen: Wat is een talent?
Stel deze vraag aan 10 personen en met een beetje pech krijg je 10 antwoorden die allemaal een kern van waarheid hebben, maar zeker allemaal ook een persoonlijke interpretatie zijn. Dat geeft wel aan hoe moeilijk het is om een concrete, allesomvattende definitie van ‘TALENT’ te geven. Misschien wordt het gemakkelijker als wordt aangegeven wat niet per definitie een talent is.
Een atleet die betere prestaties levert dan zijn/haar leeftijdsgenootjes is niet per definitie een talent.
Vaak wordt zo’n atleet wel als talent beoordeeld en krijgt dan meteen ook dat stempel opgedrukt. Met alle nadelige gevolgen van dien. Waarbij vaak de grootste nadelige gevolgen op het mentale vlak liggen.
Waarom is een beter presterend atleet niet per definitie een talent?
Vooropgesteld, iemand die beter presteert dan leeftijdsgenoten, heeft zeker een dosis aanleg. Maar is deze aanleg groter dan bij de anderen? Vaak is dat niet het geval. Daarvoor zijn meerdere redenen. Laat ik proberen ze allemaal op te sommen. (Ik weet bijna zeker dat ik er enkele mis)
- Er wordt meer getraind
- Het aantal trainingsjaren is groter
- Er wordt harder getraind
- Er wordt al specifieker getraind
- De lichamelijke ontwikkeling is verder
- De geestelijke ontwikkeling is verder
- Niveau van de begeleiding is van een hoger niveau
- Veel, of zelfs alle, (toekomstige) tools uit de “gereedschapskist” om beter te worden, worden al toegepast
- Druk om te presteren is uit de directe omgeving groter (hiervan zijn een aantal bovenstaande punten het gevolg)
- Trainer gaat voor eigen belang en succes op korte termijn
Komen we bij de 2e vraag: Wat is ontwikkeling?
Ontwikkeling is helemaal een breed begrip. Over welke ontwikkeling heb je het? Ik noem er hieronder enkele op:
- Fysiek
- Psychisch
- Leercurve
- Plezier
- Prestatiegedrag
- Belastbaarheid
- Groeipotentieel
En zo zijn er ongetwijfeld nog meer op te noemen. Enkele vormen van ontwikkeling zijn nauw aan elkaar verbonden. Zoals Fysiek en Belastbaarheid, Psychisch en Prestatiegedrag. Maar deze lopen ook niet parallel aan elkaar. Wat wel zeker is, is dat alle vormen van ontwikkeling invloed hebben op elkaar.
Welke ontwikkeling is op welk moment belangrijk?
Een moeilijk te beantwoorden vraag. Dit is voor een groot deel afhankelijk van de individuele sporter. Waar is hij/zij aan toe? Welk gereedschap kan op welk punt van de ontwikkeling worden toegevoegd? Naast het oog van de trainer om hier keuzes in te maken, is dit ook afhankelijk van welke sport wordt beoefend. Zo zal bv. een turnster op jongere leeftijd verder moeten zijn in de ontwikkeling dan bv. een krachtsporter. Naast de individuele ontwikkeling zijn dus ook de benchmarks van een sport belangrijk. De stappen die iemand moet zetten om te groeien van sporter, naar talent, naar toptalent, naar topsporter zijn voor iedereen gelijk. Alleen het individu en de tak van sport bepalen op welk moment in de ontwikkeling, op welke leeftijd er welk gereedschap wordt ingezet.
Conclusie?
Voor trainers ligt hier een belangrijke taak om de sporter optimaal te helpen in zijn/haar ontwikkeling. Er is veel expertise beschikbaar. Zorg dat die expertise beschikbaar is of komt voor de atleet. Bouw een team van experts om de atleet of groep heen. Samen kunnen de beste, en hopelijk juiste, keuzes worden gemaakt om de “talentontwikkeling” op de beste manier te ondersteunen.
